Regiodag Limburg in Kasteel Wurfeld in Maaseik op 17 maart 2008
![]() Het Kasteel Wurfeld in Maaseik, waar meer dan 80 deelnemers een goed gedocumenteerde spreekbeurt van zelfstandig journalist Guido Fonteyn bijwoonden tijdens de Regiodag Limburg. |
De organiserende, grensoverschrijdende afdeling Maasland (1979) en de jongere zusterafdelingen Maastricht (1988) en Heerlen (1991) hielden in maart voor de zoveelste keer hun jaarlijkse regiodag. Het werd een erg geslaagde ontmoeting met meer dan 80 deelnemers, een goed gedocumenteerde spreekbeurt van voltijds zelfstandig journalist Guido Fonteyn, een geanimeerd debat achteraf en een lange nababbel bij een hapje en een drankje. De spreker, een echte Brusselaar, specialiseerde zich in de berichtgeving over “de anderen” en werkte als enige Vlaamse journalist lange tijd in Wallonië. Hij sleutelt in opdracht van het Prins Filipfonds succesvol aan de uitwisseling van journalisten tussen Vlaanderen en Franstalig België. Wie beter dan hij kon ons boeiend en deskundig vertellen over een thema als “Vlaanderen en Wallonië: het ontstaan van de clichés en de problemen van vandaag”. Uitgangspunt voor zijn betoog was de basisvraag: Wat denken de Vlamingen over de Walen en vice versa? Tussen de vele rake typeringen springen er enkele uit: de Walen voelen zich meerderwaardig en de Vlamingen minderwaardig. |
Foute tot manke typeringen worden steeds weer versterkt wanneer er geen contact is, want na ernstig contact en studie blijken ze al snel hol en ongefundeerd te zijn. De wortels van die tegenstelling zijn tweevoudig: na 1830 werd het Nederlands als taal van de vijand overal geweerd in de administratie en sociaal-economisch was Vlaanderen arm. Wallonië stond er veel beter voor: het had delfstoffen, meer bepaald kolen, ijzer, marmer, leisteen. Het kapitaal van de Société Generale zag en greep zijn winstkansen en de arme Vlaamse gastarbeiders kwamen massaal naar het paradijs voor arbeiders “Wallonië”, vermits in Vlaanderen de textiel slecht werd uitgebouwd en landbouwrampen er voor honger en ellende zorgden. Sommige Vlaamse families hebben zich goed geïntegreerd, wat bewezen wordt door de duidelijk Nederlandstalige namen in de huidige, hoogste Waalse politieke en economische milieus: van Cools tot De Decker en Van Cauwenberghe. In de telefoonboeken van de voornaamste Waalse steden vindt men duizenden familienamen met de voorvoegsels Van- en Ver-, wat ontegensprekelijk wijst op hun Vlaamse herkomst. Uit een onderzoek van de volksliteratuur in Wallonië (1840-1914), vooral van revueteksten en liedjes, blijkt dat de “Flamin” weinig vleiend wordt afgeschilderd: ruw type met ros Judashaar, grote eter met dikke buik, arbeider alleen geschikt voor zwaar handwerk en onbekwaam voor verfijnde techniek, vrouwenverleider en vechtersbaas. De formuleringen waren soms zo grof, dat ze vandaag de dag als beledigend of racistisch verboden zouden worden.
Na 1950-60 keerde het economische tij in het voordeel van Vlaanderen door de massale investeringen, onder meer door de Marshall-hulp en het stijgende belang van de Vlaamse zeehavens. Wallonië werd daarentegen een industriële puinhoop na de teloorgang van zijn zware industrie, maar het kruipt nu toch langzaam, maar zeker recht. Het Belgische, complexe staatsbestel met zijn gewesten en gemeenschappen ontwikkelt zich vrij traag en met de nodige spanningen. Denk maar aan de jongste recordlange regeringscrisis. Toch worden wij in het buitenland niet alleen minachtend, maar ook bewonderend gevolgd in ons geleidelijke proces op weg naar een nieuw België voor de volgende eeuwen. De vele vragen in het debat achteraf zorgden voor een reeks levendige tussenkomsten en aanvullingen. Was er niet te lang een overschatting van de waarden van de Franse cultuur in het spel? Welke rol speelde de clerus in het spanningsveld tussen Walen en Vlamingen? Is de waardebeleving in Vlaanderen en Wallonië niet fundamenteel verschillend? Waarom kunnen de bewoners van de randgemeenten rond Brussel zich zo moeizaam of helemaal niet integreren? Bestaat er een aanwijsbare reden waarom de controverse tussen Walen en Vlamingen nooit ontaardde in een bloedige strijd, zoals elders herhaaldelijk gebeurd is in Europa? Er werd nog lang nagediscussieerd en gezellig nagebabbeld. Gewestvoorzitter Gilbert Verhille, altijd present op dergelijke extra organisaties, en de voorzitters van de afdelingen Maasland, Maastricht en Heerlen waren in hun nopjes bij zoveel concrete tolerantia en amicitia.voor het universele probleem van het “anders zijn” en toch moeten/willen samenleven in een ingewikkeld staatsmodel.
Jaak Bergers
lid van de afdeling Maasland