Nieuwe gewestpresident Jan Breyne deelt zijn visie

Jan Breyne wil een verbindende gewestpresident zijn.

De nieuwe gewestpresident Jan Breyne stelt zichzelf en zijn visie graag aan je voor:

PRINCE-BIO

Wat mijn verleden in de Prince betreft stond ik mee aan de wieg van de afdeling Westkwartier in 1996. Onze peterclub was de afdeling Westhoek. Sedertdien altijd een loyaal Prince-lid geweest en ik mocht gedurende drie jaar Westkwartier leiden. Wie mij kent weet dat ik naast mijn loyauteit ook steeds kritisch ben gebleven. Maar vandaag moeten even de grote verklaringen wijken voor de eerste nood: hoe kunnen wij als Orde van den Prince de coronacrisis overleven? Hoe houden wij de principes van de Orde gestand terwijl veel van de tradities door de omstandigheden zijn bedreigd.

Ik besef dat het nu niet makkelijk zal zijn om in de huidige omstandigheden gewestpresident te zijn, maar ik zal mijn best doen. Ik zal mij daarbij in dankbaarheid spiegelen aan mijn voorganger Jan Vandromme, die mij bij deze ‘overgang’ in alle openheid heeft gesteund en ingelicht.

Ik was erbij toen onze afdeling Westkwartier werd gesticht en ik ben nog altijd actief in de afdeling, die ik soms, met wat chauvinisme die u mij wel zult vergeven, de warmste afdeling van de Prince noem. Die warmte, die aangename sfeer, dat wil ik waar dat mogelijk is ook binnen het gewest nog versterken.

ZO ZIE IK MIJN TAAK

Maar we hebben nu in de eerste plaats andere katten te geselen. Corona heeft een serieuze knauw gegeven aan de Prince en al haar afdelingen. We lopen allemaal wat doelloos rond en weten niet goed hoe we de vroegere werking coronaveilig kunnen herpakken. 

Hoe ik mijn taak zie heb ik gepoogd uiteen te zetten in de nota die jullie in de aanloop van de verkiezing tot gewestpresident hebt ontvangen. Ik wil u trouwens hartelijk bedanken voor het vertrouwen dat u in mijn stelt. Ik zal proberen dat vertrouwen waard te zijn. Ik wil een verbindende voorzitter zijn en dat zie ik in verschillende dimensies:

  • Verbinden tussen verleden en toekomst: hoe kunnen we de idealen van onze stichters, de amicitia en de tolerantia, vertalen naar de vereisten van deze tijd? Moeten wij bepaalde procedures, die vroeger hun betekenis hadden maar( nu als stroef worden ervaren, niet eens onder de loep houden?
  • Verbinden tussen de verschillende afdelingen: Een Gewestvoorzitter moet vooral luisteren, zijn voelhorens uitsteken, verbinden zonder te binden. Geen schoonmoeder zijn, die eigen visies doorduwt bij de afdelingen. Wél een observator, die de kwaliteiten en ‘good practices’ binnen de diverse afdelingen detecteert en de opgedane kennis verspreidt onder de andere afdelingen. Door te leren van mekaar kunnen wij allemaal beter worden.
  • Verbinden tussen de afdelingen en het presidium: ik wil deze brugfunctie ernstig nemen en ik wil duidelijk stellen dat ik dat vooral zie als een bottom up-proces. Het zijn de afdelingen, die in de eerste plaats het presidium moeten inspireren. Maar uiteraard moeten de afdelingen ook weten wat in Antwerpen gebeurt en dat ik ook erg verdienstelijk werk, ook in deze coronatijd.
  • Verbinden tenslotte van de Prince met de maatschappij: onze stichters hadden hun redenen om de openbaarheid te schuwen. Het was toen zeer goed te begrijpen dat onze stichters kozen voor discretie naar de buitenwereld, maar als we vandaag nieuwe leden willen werven is dit moeilijk nog te motiveren. Ik ben er voorstander van om meer naar buiten te treden. De Orde is geen eiland dat zich wat afschermt van de maatschappelijke evoluties. We staan met beide voeten in de samenleving en wij moeten onze verantwoordelijkheid opnemen om deze beter te maken, vooral in een tijd dat de maatschappij individualiseert en egoïstischer wordt. En ruwer wordt. En daar is ‘taal’ toch wel belangrijk. Ik weet niet of u gelezen hebt wat Angela Merkel daarover heeft gezegd: ‘Let op uw taalgebruik. Want taal is de voorloper van het handelen. Eens de taal de verkeerde kant is opgegaan, gaat ook het handelen zeer snel de verkeerde kant op. En dan is het geweld niet meer veraf’.

De Orde van den Prince kan hier haar maatschappelijke rol spelen. Amicitia en Tolerantia zijn attitudes, die we in ons dagelijks handelen moeten koesteren. Ik wil maar zeggen: in onze polariserende maatschappij kan de Prince kan hier de vereniging van de ‘meerwaarde’ zijn, waar ‘vergeten’ waarden als verdraagzaamheid (de ‘tolerantia’), verbondenheid, voornaamheid en vriendschap – die reeds door onze stichters duidelijk werden benadrukt – het verschil maken.

Daar wil ik mijn bescheiden steentje aan bijdragen.

Jan Breyne

Gewestpresident West-Vlaanderen