Joseph Roth & Stefan Zweig

Joseph Roth & Stefan Zweig in de Lage Landen

Terugblik

Op 8 november 2019 vergaderde onze afdeling in Den Eyck, Kasterlee. Onze voorzitster leidde de avond in met het voorlezen van de Keure waarna zij trots meedeelde dat eenenveertig leden de tocht naar de Dagen van den Prince in ’s Hertogenbosch hadden aangevat en heelhuids waren weergekeerd.

Onze leden heetten ook van harte Simon Daenen welkom die onze afdeling komt versterken na vijfentwintig jaar lidmaatschap van de Groningse zusterafdeling.

Na deze heuglijke tijdingen, nam Els Snick het spreekgestoelte over om als voorzitter van het Joseph Roth genootschap de literaire funderingen van onze afdeling te verstevigen. Els Snick (°1966, Kortrijk) doceert Duits aan het Departement Vertalen, Tolken & Communicatie van de Rijksuniversiteit Gent. Haar proefschrift over haar promotieonderzoek handelde over Joseph Roth en zijn bemiddelaars in de Lage Landen. Zij stichtte met enkele bezielde medeleden het Joseph Roth Genootschap in 2014 en liet ondertussen niet na ons taalgebied te verrijken met meesterlijke vertalingen van Roth’s romans en journalistieke werk.

Els Snick vergastte ons op de vervlochten levensloop van Joseph Roth en Stefan Zweig, wiens paden elkaar voortdurend in vriend- en schrijverschap kruistten. Hoewel beiden hun Joodse afkomst deelden, bleven beiden kind van eigen temperament en financiële middelen of behoeften.

Joseph Roth wordt geboren (°1894) in Brody in de ‘nazomer’ van het Oostenrijk-Hongaarse keizerrijk. De Eerste Wereldoorlog slaat de illusies stuk van het keizerrijk en zijn inwoners zoals Joseph Roth, die in militaire dienst naar het front in Galicië wordt gezonden (1916-18). Of daar zijn thuisloosheid kiemt weten we niet, maar tot aan zijn dood leeft hij overtuigd en uitsluitend in hotels verspreid over Europa.

In het naoorlogse Berlijn schrijft hij als journalist voor de Frankfürter Zeitung met een kritische stem voor Duitsland maar een warm hart voor Frankrijk. In 1922 huwt hij Friederike (Friedl) Reichler. Hun huwelijk wordt overschaduwd door Friedl’s psychische problemen die zelfs tot collocatie leiden. Geldgebrek is ook een constante in het leven van Joseph Roth in tegenstelling tot de relatieve rijkdom van de dertien jaar oudere Stefan Zweig. 

Roth en Zweig maken kennis in 1927 na Zweig’s positieve recensie van ‘Juden auf Wanderschaft’ die de doorbraak van Joseph Roth inluidt. Met ‘Job’ bevestigt Joseph Roth zijn reputatie en meesterschap. ‘Radetzky Marsch’ bezegelt een langer verblijf van Joseph Roth met de familie Zweig in Hotel du Cap d’Antibes (1931-32) en vooral een moeizaam schrijfproces, getuige de vlagen van gezeur en geklaag in de briefwisseling tussen beide schrijvers. Het succes van de roman kan niet verhinderen dat Joseph Roth uit vrees voor het opkomende Duitse naziregime in een Parijs hotel belandt (Zweig zal uiteindelijk naar Londen uitwijken voor het nazigeweld). Gelukkig spekt uitgeverij Querido in Amsterdam Roth’s beurs waardoor Roth zijn omzwervingen in de Lage Landen kan aanvatten. Zo
verblijft hij in 1936 in Oostende waar hij en Stefan Zweig een tijd elkaars gezelschap opzoeken, of vermijden... Onder het gesternte van de Oostendse hemel leert hij ook zijn nieuwe vriendin Irmgard Keun kennen. Roth’s Brusselse periode (1937) wordt dan weer door de ‘legitimistische partij’ gesponsord ter journalistieke ondersteuning van de Oostenrijkse keizerlijke familie die haar ballingschap slijt in het Kasteel van Steenokkerzeel.

Roth blijft zich steeds openlijk verzetten tegen het nazisme, in tegenstelling tot Stefan Zweig die zich niet publiekelijk uitspreekt. De oorlogsdreiging weegt op Roth en drijft de schrijver verder in alcohol ter verdoving van melancholie en de teleurstelling in de ondergaande wereld. Het Parijse Hôtel de la Poste zal zijn laatste verblijf worden. Joseph Roth sterft op 27 mei 1939 in een Parijs ziekenhuis aan de gevolgen van een longonststeking na een delirium tremens veroorzaakt door acute onttrekking van alcohol (een medische misser). Stefan Zweig’s loopt in 1942 op een dramatische manier ten einde in Brazilië. Een dag nadat hij zijn literaire testament ‘Die Welt von Gestern’ heeft afgewerkt, plegen hij en Lotte Zweig met een oversdosis barbituraten zelfmoord. Het blijft een wonder hoeveel schoonheid kan groeien op een akker van maatschappelijk geweld.

Els Snick illustreerde dit aan de hand van Roth’s verhaal ‘De blonde neger’, een literair pareltje met een eeuwig-jonge boodschap van humanisme. In ieder geval blijft onze afdeling een vruchtbare akker waar de geest van den Prince wortel blijft schieten.

Onze afdeling kon de avond afsluiten met de voorstelling en goedkeuring van Edgar Biemans als nieuw lid, wetende dat het boek van de afdeling Kempen en de Orde van den Prince nog lang niet gesloten is.

Een activiteit georganiseerd door: 

50 jaar en helemaal mee

Kort

Wanneer: 
vrijdag, 8 november, 2019 - 20:00
Centrale figuur: 
Els Snick
Op te nemen in de jaarlijkse sprekerslijst