De geschiedenis van 't Wit lavendel

De Geschiedenis van 't Wit Lavendel - Guido Marnef

Toen Alexander Farnese in 1585 Antwerpen voor de Spaanse koning heroverde, luidde dit het begin in van de scheiding tussen “Noord” en “Zuid”. Talrijke Zuid-Nederlandse protestanten vluchtten naar het Noorden. De bevolking van Antwerpen werd op vier jaar tijd quasi gehalveerd en evolueerde van een goede tachtigduizend naar ongeveer veertigduizend. Die emigranten behoorden vaak tot het meest welvarende en creatieve bevolkingsdeel. De Vlaamse en Brabantse kooplieden, intellectuelen en kunstenaars, die een thuishaven vonden in Hol-land en Zeeland, hebben dan ook substantieel bijgedragen tot de Gouden Eeuw van de Republiek.

Het is in deze context dat we de Amsterdamse rederijkerskamer ‘t Wit Lavendel moeten situeren. De rederijkerskamers kenden in de 16de eeuw vooral in het hertogdom Brabant en het graafschap Vlaanderen een hoge bloei. Deze toneelgezelschappen trachtten met hun creaties het stedelijk publiek te vermaken. Tegelijkertijd waren zij de exponent van een mondige en kritische burgerij. Zo leverden zij kritiek op wantoestanden in de toenmalige Rooms-katholieke kerk. Het was dan ook niet toevallig dat verschillende rederijkerskamers door Alva of Farnese verboden werden of sterk gecontroleerd werden. Het aanzienlijk aantal rederijkers nam dan ook de vlucht naar het veiligere Noorden. In vier Hollandse steden richtten de emigranten eigen kamers op: in Amsterdam, Gouda, Haarlem en Leiden.

Het Wit Lavendel werd in 1598, opgericht in Amsterdam. Deze kamer bestond voornamelijk uit Brabantse immigranten, waaronder de Antwerpenaars een prominente plaats innamen.

Zo waren er voortaan twee rederijkerskamers in Amsterdam: de reeds bestaande Eglentier, die “autochtone” Amsterdammers in haar rangen telde, en het nieuw opgerichte ‘t Wit Lavendel. Beide kamers hadden hun zetel op het Nes en het Rokin, een buurt waar nu nog steeds het artistieke leven bloeit. In 1632 werden beide kamers verenigd. Onder de spelen die het Wit Lavendel opvoerde, waren er stukken geschreven door de bekende Joost van den Vondel die de zoon was van Antwerpse ouders.

De geschiedenis van het Wit Lavendel toont aan dat de Zuid-Nederlandse immigranten zich na enkele generaties goed geïntegreerd hadden in de Hollandse samenleving. Toch was de relatie tussen noorder- en zuiderlingen niet altijd probleemloos. Een mooie echo van het cultuurverschil vangen we op in het werk van de Hollandse protestantse geschiedschrijver Gerard Brandt:“Sedert het verlies van Antwerpen begaf sich een onnoemelijke meenigte van gereformeerde ballingen naer d’andre vereenigde landen, medebrengende de neering, handtwerken, en hunnen rijkdom. Hierdoor wierdt Hollandt en Zeelandt seer bevolkt en verrijkt, maer met eenen die oude en bestendige Hollandtsche eenvoudigheit en sedige nettigheit verandert in dertelheit en weelde. De Brabanders en Vlamingen, die hun vaderlandt om ‘t stuk van Religie verlieten, braghten de pracht en kostelickheit van klederen in de steden, die hen herbergden; verleidende d’ingeborenen, tot het misbruik der selve ijdelheit: ook tot d’overdaedt van maeltijden, en lekkernijen, hier te lande eertijds ongewoon en ongeacht.”

Deze typering was voor een deel ongetwijfeld ingegeven door de afgunst die de Hollanders koesterden tegenover de rijke Vlamingen en Brabanders, maar zij duidt niettemin op een reëel cultuurverschil. Maar dat die verschillen op termijn niet onoverkomelijk hoeven te zijn en zelfs kunnen leiden tot een vruchtbare samenwerking, illustreert de geschiedenis van ‘t Wit Lavendel

 

 

't Wit Lavendel is een afdeling met leden uit Antwerpen en omgeving. We hechten veel belang aan amicitia en tolerantia, evenals aan de promotie van de Nederlandse taal en cultuur in de meest brede zin van het woord.